Hoe start je een netwerkgesprek?

Vorige week schreef ik in mijn netwerkactie het volgende: “Oprecht aandacht geven en onthouden wat iemand voor je heeft gedaan lijken vanzelfsprekende voorwaarden voor een goed netwerkgesprek, maar heel veel mensen zijn vooral bezig met hun eigen doel, hebben moeite met echt contact maken, zijn zenuwachtig of buitengewoon onhandig. Vaak zijn ze meer met zichzelf bezig dan met een ander. Maar bij netwerken gaat het in eerste instantie juist om ‘de ander’. Als je die niet kunt zien staan, niet echt begrijpt en niet kunt plaatsen, wordt het moeilijk om de antwoorden van die persoon op waarde te schatten. Dus begin met oprechte aandacht geven, te vragen en door te vragen over dat wat er aan de andere kant van de tafel speelt.” Graag wil ik deze week verder gaan op dit onderwerp, met inbreng van de lezers en hoe zij hiermee omgaan.

De start van het gesprek
Bij de start van het gesprek is het fijn om even ‘te levellen’. Een van jullie schreef altijd op zoek te gaan naar waar je de ander van kent: ‘Wij hebben elkaar wel eens ontmoet op een studiedag bij X. Weet je nog?’ Wat ook goed werkt is als je een gemeenschappelijke gebeurtenis in herinnering kan roepen: ‘Weet je nog dat we beiden in de lach schoten toen onze junior de baas te slim af was?’ Fijne tips. Zelf merk ik dat ik altijd eerst probeer waar te nemen hoe iemand erbij zit. Wat zie ik: vrolijk, gehaast, ontspannen, moe, open. Dat neem ik mee bij de start van mijn gesprek. Weet jij hoe jij de eerste minuten van een netwerkgesprek doorbrengt? Let er deze week eens op.

Daarna: vragen en LSD-en
Na de introductie wordt het pas echt leuk. Je formuleert samen nog even waar je voor komt, maar eerst schep je een gemeenschappelijk kader. Waar is de persoon op dit moment mee bezig? Wat vindt hij vooral interessant? Wat speelt er organisatie breed? Deze onderwerpen onderzoek je met vragen stellen, luisteren, hummen en LSD-en (luisteren – samenvatten – doorvragen). Door goed te luisteren, maar ook door verdiepende vragen te stellen, krijg je een goed beeld van wat iemand bezig houdt. Je gaat samenvatten: Als ik het goed begrijp, dan vind je het dus zus en zo…’ Dat werkt goed, want je zult zien dat je gesprekspartner gaat aanvullen of zijn bewering gaat bijstellen en dan kun jij weer doorvragen. Vaak zie je dat mensen dan ook gaan ‘spiegelen’. Mensen gaan elkaar hummend, knikkend, maar ook in hun houding bevestigen.

Een eigen stijl van netwerken
Al deze kleine signalen zouden het voor jou gemakkelijker moeten maken om dit netwerkgesprek te voeren. Bij de start van het gesprek gaat het altijd om de ander. Als je die ‘kent’ kan je ook met je vragen en wensen makkelijker aansluiten bij je gesprekspartner en is het makkelijker om te weten of hij iets voor je kan doen. Je hoeft dus ook niet zenuwachtig te zijn, want het gaat niet direct om jou. En geloof mij: eventuele onhandigheid verlies je vanzelf als je het regelmatig doet, dan ontwikkel je een eigen stijl van netwerken die past bij jou en je gemakkelijk af gaat.

Hebben deze tips je geholpen om een gesprek te starten? Snap je nu beter hoe je de ander kunt lezen en voel je je minder ongemakkelijk bij het netwerken? Heb je nog vragen over? Laat eens weten op info@netwerk-partners.nl.